U gebruikt een verouderde browser. Wij raden u aan een upgrade van uw browser uit te voeren naar de meest recente versie.

De kippen
Op de boerderij hebben we verschillende kippenrassen: Assendelfters, Noord-Hollandse Blauwe, witte en bruine legkippen.
 
De Assendelfter.
De Assendelfters hebben we in drie kleurslagen: goudpel, zilverpel en citroenpel.
Dit ras is in het veengebied

Het ras is ontstaan in het lage veengebied rond de Zaanstreek. De Assendelfter is één van de kleinste van onze grote Nederlandse hoenderrassen. Het ras heeft een landhoen type en komt qua vorm vrij sterk overeen met het Friese Hoen. Het heeft een vrij brede borst die iets minder hoog wordt gedragen dan bij de Fries. Het belangrijkste onderscheid tussen beide rassen is de kamvorm, de Assendelfter heeft een rozenkam het Friese Hoen een enkele kam. De rozenkam van de Assendelfters was in het verleden niet aan een exact omschreven vorm gebonden. Momenteel streeft de Assendelfter en Noord-Hollandse Blauwen Club naar de volgende kamvorm: Rozenkam, kamoppervlak rijk voorzien van grove en onregelmatige puntjes. Bij voorkeur kort tot middellang en breed met een zijdelings afgeplatte of ronde kamdoorn, die enigszins de neklijn volgt.
De oren zijn wit maar iets rood is toege­staan.
De oogkleur is oranjerood. De beenkleur is leiblauw.

De Assendelfters zijn goede eierenleggers en erg levendig en enigszins schuw dier. Een hele mooie sierras. 

 

Goudpel haan en hennen Assendelfter
Goudpel haan en hennen Assendelfter

 

De Noord-Hollandse Blauwe

Ooit zijn deze hoenders gecreëerd en verder geperfectioneerd als vleeshoen om aan de steeds grotere vraag naar een malse bout te kunnen voldoen, met name voor de stad Amsterdam. Om te kunnen concurreren met andere vleesrassen is bij de ontwikkeling van dit ras ook veel aandacht besteed aan goede legeigenschappen. Het resultaat is een prachtig en zeer gehard vleesras met prima nuteigenschappen. De aard van dit ras is bijzonder rustig. Broedsheid komt nog wel eens voor en het zijn goede moeders. De hanenkuikens zijn lichter van kleur dan de hennenkuikens, zodat er ook sprake is van scheikuikenfok.

Het Noord-Hollandse hoen is ontstaan uit de behoefte aan zware snelgroeiend slachthoenders met een zware bout en borstfilet van mals wit vlees. Voor dit doel werden rond Purmerend uit de locale hoenders de zwaardere dieren geselecteerd. Ze werden met grote hoeveelheden gehouden in vrij kleine en slecht geconditioneerde vochtige stallen.
Het Mechelse hoenderras uit België in koekoekkleur voldeed veel beter aan de gestelde kwaliteitseisen, maar was helaas ongeschikt voor de niet zelden barre Noord-Hollandse leefomstandigheden. De Mechelse hanen en hennen werden in het land van herkomst gescheiden gemest met een mengsel van boekweitbloem en ondermelk in houten kooien met lattenrooster in vrij goed geconditioneerde stallen.
Door kruising van het Mechelse hoen met lokale hoenders heeft men rond 1920 een ras gecreëerd dat beter geschikt was voor de Noord-Hollandse omstandigheden, het Blauwbezaans of Zaanse hoen. Later veranderde de naam in Noord-Hollandse Blauwen en nu is de officiële benaming het Noord-Hollandse hoen. Deze dieren werden in 12 tot 13 weken gemest tot piepkuikens van 1,5 tot 2 kg.
Rassen met goede legeigenschappen en een goede bout waren toen heel populair waartoe men door kruisingen met de Plymouth Rock ook de legeigenschappen van dit ras heeft verbeterd. Het gewicht van het Noord-Hollandse hoen is iets geringer dan het Mechelse, de matige voetbevedering van het Mechelse hoen is geheel weggefokt en het type is wat gewijzigd. Maar de uitstekende vleeseigenschappen zijn gebleven en die zijn nog steeds de basis voor het vereiste type en bouw.

Het is voor de hand liggend, dat er tijdens het ontstaan van de Noord-Hollandse hoenders nog veel spreiding in type en tekening was. Maar door goede voorlichting werd steeds meer eenheid bereikt. De Noord-Hollandse Blauwenclub van Nederland stelde een rasbeschrijving op, die in de vergadering van 18 februari 1934 te Purmerend werd vastgesteld. Deze rasbeschrijving werd, behoudens enkele gewenste wijzigingen, overgenomen in de vijfdelige NHB-DV standaard van 1950. Aan het bereiken van meer eenheid zal ongetwijfeld ook de standaardtekening van Van Gink een belangrijke bijdrage hebben geleverd.

Vanaf de jaren vijftig werden steeds betere resultaten geboekt met productiehybriden ( kruizingen van meerder rassen) en werden zowel de vlees als nutrassen door deze hybriden verdrongen. Ook de Noord-Hollandse hoenders ontkwamen niet aan dit lot en werden vervangen door hybride- vleeskuikens, die in minder dan de helft van de tijd, in vijf á zes weken hetzelfde slachtgewicht bereiken.
Gelukkig is het Noord-Hollandshoen door sportfokkers behouden gebleven en is de populariteit nog steeds stijgende bij zowel de groten als bij de krielen. Door het zware vleeshoen type en de bijzondere koekoekkleur zullen ze op tentoonstellingen niet gauw over het hoofd gezien worden. Fokkers die starten met Noord-Hollandse hoenders of de Noord-Hollandse krielen blijven vanwege de rustige en vertrouwde aard van de dieren het ras meestal trouw voor het leven.

 

 

We hebben ook de witte en bruine legkippen. Deze kippen zijn een kruising van verschillende rassen. Een groot voordeel van deze kippen, ze leggen heel goed eieren. Omdat de kippen van ons op biologische wijze gehouden worden, vrije uitloop, genoeg ruimte in het binnenhok en buitenverblijf, biologisch voer, zo min mogelijk geneesmiddelen. Mogen wij de eieren verkopen, als eieren van de biologische boerderij. 

 De kippen komen zo veel mogelijk buiten. Ook in de winterDe kippen komen zo veel mogelijk buiten. Ook in de winter

Wij broeden tussen januari en ongeveer april verschillende eieren uit met een broedmachine, zodat we in het voorjaar kuikentjes hebben. Zo kunnen we later in het jaar naar tentoonstellingen gaan.

De kippen zorgen ze voor dagelijks verse eieren. Deze eieren verkopen we weer in onze kantine.

verse eieren van biologische boerderij te koop in de kantineverse eieren van biologische boerderij te koop in de kantine